5 februari 2008. Ik ging voor een jaarlijkse controle naar de radiologe. Bij de echo zag ik een grijze vlek in de vorm van een ‘door kinderen getekende kerstboom’.

“Gezien uw familiale omstandigheden, zou ik hier mee verder gaan…”

Ik heb twee zussen die al borstkanker gehad hebben. Twee weken, twee ziekenhuizen en heel veel onderzoeken en nog veel meer emoties later kreeg ik een borstsparende operatie en een volledige okselruiming.

Gezien er vier klieren aangetast waren, was het voor mij best om ook chemotherapie te krijgen.

Ik heb 6 chemo’s gekregen. De eerste drie chemo’s waren FEC. De grootste bijwerking van deze chemo is dat je er zeer misselijk van wordt. En ook mijn haar viel na ongeveer 20 dagen uit. Dus moest ik een pruik dragen. Ik heb toen gekozen voor een blonde pruik. De combinatie blond en chemobrains…

Tussen elke chemo waren er drie weken.

De eerste week na het toedienen van deze chemo was ik echt misselijk en mottig. Alle geuren worden versterkt, zelfs de airco van de auto was een marteling. De tweede week begon ik alweer een beetje te functioneren en tijdens de derde week probeerde ik weer echt te leven. Dan haalde ik mijn achterstand in en genoot volop van het leven. Ik was me zeer bewust van de kleine eenvoudige dingen die het leven zo goed maken. En ik wist dat ik de volgende week alweer terug moest om me weer ziek te laten maken… maar toch ging ik telkens met goede moed terug. Ik zou en moest dat beestje klein krijgen.

Na deze eerste reeks van drie startte ik met de Taxotere.

Ik was blij, eindelijk zou ik niet meer misselijk zijn. Maar het moet toch straf spul zijn, want voor ik deze toegediend kreeg, moest ik gedurende enkele dagen vooraf en ook nadien cortisone innemen, om de mogelijke nevenwerkingen tegen te gaan/ af te zwakken. Deze mogelijke nevenwerkingen zijn dan ook niet min.

Tijdens het toedienen van deze chemo kreeg ik ijshandschoenen aan handen en voeten, ik voelde me net een tele-tubbie . Deze ijshandschoenen moest ik dragen om te voorkomen dat mijn nagels zouden uitvallen en ook om zenuwbeschadiging tegen te gaan aan vingers en tenen.

De eerste dagen na deze chemokuur voelde ik me vrij goed. De bijwerkingen begonnen pas vier à vijf dagen later. Ik had dan een grieperig gevoel en kon niet veel meer dan in bed liggen en de lakens over mijn hoofd trekken. Ik had keelpijn, al mijn spieren deden pijn, ik proefde niets meer…maar ik was vooral héél erg moe. Het nemen van een trap was een bovenmenselijke inspanning. Maar ik gaf niet op. Ik nam die trap, traag maar zonder stoppen.

Tijdens deze periode ging ik ook nog vaak zwemmen, omdat dit de pijn verlichtte en om mijn krachten niet volledig te verliezen. Ik weigerde pijnstillers… Ik koesterde en haatte deze chemo’s. Ik wist wel dat ik erg ziek zou gaan worden, maar ik wist ook bij elk druppeltje dat ik toegediend kreeg, dat de kans op herval kleiner werd. Elk druppeltje zorgde ervoor dat de slechte cellen verwoest werden. Elk druppeltje zorgde er ook voor dat ik zieker werd. Elk kankercelletje moest eraan. Het was een haat-liefde-verhouding. En zie…al het slechte hebben we klein gekregen.

Gelukkig leven we nu in 2015 en bestaan deze middelen.

 

Sinds 2012 is Agnes Put door Stichting tegen Kanker uitgeroepen tot International Hero of Hope. Een mooie bekroning te danken aan haar inspirerend gevecht tegen kanker.

Ondertussen is deze ‘vechter tegen kanker’ genezen verklaard. Uit respect voor de strijd die elke kankerpatiënt moet leveren wou ze deze bijdrage leveren en meewerken aan ons spotje.

Als managementteam van Taxusbank en uit naam van de hele ploeg die meewerkte aan deze campagne willen we haar dan ook oprecht bedankten voor haar durf, moed en openheid: Agnes, chapeau!